Columns

Column mei 2021 in het Almelo’s Weekblad: Willem

Willem   Jij bent bij de uitvaart van een vriend. Tijdens een toespraak zit je vreselijk te hoesten. Ik breng je een glaasje water zodat dat, voor jou en de toehoorders, hinderlijke gehoest misschien ophoudt. Toen nog niet wetend dat dit glaasje water een onvergetelijke indruk op jou maakte en dit het begin was van een bijzonder contact. Een jaar later bel je mij. Jouw geliefde vrouw is overleden en ik zal en moet jou helpen met het regelen van de uitvaart. Ik sputter wat tegen, want: A: ik heb het eigenlijk te druk en B: ik ga over een paar dagen met vakantie. Daar heb jij geen boodschap aan. Ook mijn argumenten dat ik een lieve collega heb die je dan gaat helpen  bieden geen soelaas. Uiteindelijk help ik jou en je kinderen de uitvaart in de steigers te zetten maar omdat mijn vliegreis geboekt is moet ik toch echt met vakantie en begeleidt  mijn collega jullie bij de uitvaart. In die dagen geef je me de opdracht dat als ik in de buurt van Capri ben, ik zeker een pizza moet gaan eten bij een met naam genoemd restaurant met een goed glas wijn erbij, ook al is dat volgens jou belachelijk duur. Na mijn vakantie ga ik bij je op de koffie om na te praten. Je vraagt bijna gelijk of ik wel op Capri geweest ben. Dat kan ik beamen.  Later zie ik op mijn bankafschrift een extra betaling met als omschrijving: Pizza en wijn Capri, groet Willem. Een half jaar later op oudejaarsdag bel je me weer. Nu met het verdrietige nieuws dat jouw zoon overleden is. Ik zie je verdriet en je lijkt in een paar dagen ineens echt oud te worden. Die dag sta ik in de schuur oliebollen te bakken. Jij hebt het huis vol met familie. Ik bak nog een extra stel en breng ze naar jou om je toch een beetje oudejaars gevoel te geven. Na de uitvaart van jouw zoon bedank je mij met de woorden, “Nog één keer Wies… en dat zal ik zelf zijn”. Lieve, charmante soms wat knorrige Willem, die laatste keer kwam. Ik schrok toen ‘s morgens de telefoon ging en ik in het scherm jouw dochters naam zag staan. De laatste keer was aangebroken. Dag mooi mens.  

Column december 2020 in het Almelo’s Weekblad: Boos!

  Boos! Ik ben boos. Ik heb vaker gehoord dat het gebeurde maar in 10 jaar nog niet van dichtbij meegemaakt. Echter onlangs overkwam het een familie die ik mocht helpen bij het organiseren van de uitvaart van echtgenote, moeder en oma.   Alles verloopt zoals het behoort te verlopen. Kaarten worden gemaakt om gasten uit te nodigen. Een advertentie in de krant waar de mogelijkheid tot condoleren en afscheid nemen wordt vermeld. Zoals meestal gebeurt, het adres van de familie erin waar kaartjes naar toegestuurd kunnen worden.   De condoleance verloopt goed. Veel meer mensen dan verwacht schuifelen in groepjes langs de kist om afscheid te nemen en de familie wordt op gepaste afstand gecondoleerd. Napratend met een kopje koffie bespreken we nog de laatste details voor de uitvaart van morgen. Getroost door de vele belangstellenden keert de familie huiswaarts. De kinderen gaan nog even met vader mee naar huis. Daar slaat de schrik om het hart. De achterdeur staat open en het hele huis is een grote chaos. Kasten staan open, laatjes zijn op de kop gegooid en overal door het hele huis liggen spullen. Achteloos en in grote haast rond gegooid. Verbijsterd kijkt iedereen om zich heen. Al snel staat de recherche op de stoep. Een eerste onderzoek naar wat verdwenen is leert dat in elk geval de sieraden van moeder verdwenen zijn. Wat een minne streek. Vader, behoorlijk overstuur, slaapt die nacht bij zijn zoon.   De volgende dag vertrekken we samen vanaf het uitvaartcentrum. We spreken af dat we ervoor  waken dat deze dag van afscheid alleen maar over de inbraak zal gaan. Terwijl wij luisteren naar muziek en verhalen vertellen over echtgenote, moeder en oma onderzoekt de recherche het woonhuis in de hoop sporen en aanwijzingen te vinden om deze minkukels te pakken. Laten we het hopen. Na de begrafenis staat de familie een klus te wachten van opruimen en schoonmaken. In de hoop daarna wat rust te vinden en het verlies een plek te kunnen geven. Ik realiseer me dat boos zijn niet helpt en het alleen maar voor een naar gevoel zorgt. We moeten dus nog voorzichtiger zijn met informatie die in de krant komt te staan. Wat doe je wel en wat niet. Dan toch maar altijd een ander adres gebruiken? Maar ja…. Moeten we ons laten regeren door angst? Ik hoop van niet, maar dit was een enorm minne streek.

Column oktober 2020 in het Almelo’s Weekblad: Losgeknoopt en losgelaten

Losgeknoopt en losgelaten.   Tien uur voordat hij honderd en twee jaar oud zou worden overlijdt George. Meer dan een eeuw geleefd. Tot op hoge leeftijd was George nog actief. In het dorp waar hij tot een jaar voor zijn dood woonde had hij een ‘landje’. Een weiland met wat bomen, een bouwkeet die hij had ingericht om uit te rusten, te lezen en een kopje koffie te zetten. Het was de plek waar hij zich terug trok en wat ‘rommelde’ in de natuur. Eigenhandig verplaatste hij een slootje dat volgens hem niet handig bij zijn landje stroomde.  Menig feestje werd hier gevierd. Een mooie plek om samen te komen met zijn kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen. Het was dan ook eigenlijk vanzelfsprekend dat  we op zijn landje afscheid van hem namen. De middag voor zijn uitvaart brengen we hem vanuit het verzorgingshuis, waar hij de laatste tijd woonde, in zijn met bloemen en takken versierde eigen camper naar ‘zijn landje’. Een mooie pagodetent staat centraal en daar komt zijn ruwhouten kis te staan, beschermd met een klamboe tegen muggen en vliegjes. Als de condoleance voorbij is en velen afscheid van George hebben genomen zetten de kinderen hun eigen tenten op. Een laatste nacht kamperen met pa op het ‘landje’.   De volgende middag haal ik de familie op bij het ‘landje’. Ze wachten in de stromende regen om hem naar het crematorium te brengen. Na een indrukwekkende ceremonie, met vele toespraken, muziek en beelden vormt het gezin van George een kring rondom zijn kist. Bovenop de kist ligt een grote rol touw. Het middelste stuk ligt geknoopt in Georges handen in de kist. Aan beide zijden van de kist komt het touw door een in de kist geboord gat naar buiten . Zesentwintig stukken touw zijn aan elkaar geknoopt. De familie vormt een kring om George. Terwijl muziek klinkt maakt de oudste zoon de eerste knoop los en neemt afscheid van zijn vader. Zo knoopt de familie zich los van vader, schoonvader opa en overgrootvader. Het jongste achterkleinkind maakt de laatste knoop los en loopt weg bij de kist. Ieder neemt zijn eigen stuk touw en daarmee de herinnering aan George mee naar huis. De fysieke knoop, symbool van de verbinding van hun leven met dat van George.

Cookie instellingen